zaterdag 22 maart 2008

Gehandicapeerd

Vrijdag werkte ik als enige Woerdense ambtenaar: ik legde een huisbezoek af bij een oude dame die haar huis tot zo'n 30 graden stookte en ik was bij een rolstoelpassing aanwezig.
Maar eerst was ik bij de huisarts met mijn nog steeds zeer pijnlijke elleboog. Ik werd onderhand gek en wanhopig, alles deed me pijn. Ik kan maar slecht met lichamelijke klachten omgaan. Ik ben gewend dat mijn lichaam altijd meewerkt en ben ook sinds maart vorig jaar niet meer ziek geweest. Ik wilde bij de huisarts graag een tweede injectie maar kreeg dat niet van hem. Ik moest maar eens gaan leren die arm rust te gunnen. "Je ongeduld is je grootste vijand", zei hij. Ik moet nu mijn arm in een sling dragen en zonodig onstekingsremmers cq. pijnstillers slikken en als het dan beter gaat geeft hij me nog een injectie ter ondersteuning.
Dus haalde ik de pillen: grof geschut dus ook maagwandbeschermers:


Bij de apotheek kocht ik ook materiaal om een sling van te maken, wat beter was dan een mitella, volgens de fysiotherapeut. Rust nemen, was ook zijn devies. Een tennisarm is nou eenmaal een langdurige blessure.